Een dichtbundel voor Carla
gepubliceerd: maart 2026

Op Internationale Vrouwendag wil ik een van de mooiste vrouwen van Rotterdam in het licht zetten.
Carla.
Ik vermoed dat veel mensen op mijn LinkedIn haar kennen. Ze is misschien wel de bekendste dakloze vrouw van de stad. En dat is niet zonder reden.
Carla is namelijk onvergetelijk.
Ze spreekt zich uit. Regelmatig zie ik filmpjes van haar voorbij komen op sociale media: zittend op de stoep, soms met een crackpijp in haar hand. Vuil geworden kleren, laag over laag om haar botten. Haar in de war.
Een junk.
Ik sprak haar daar eens op aan. Dat die beelden haar vaak geen recht doen.
“Weet je, Michelle,” zei ze, “mensen noemen me van alles. Een junk. Een hoer. Weet je wat ik dan zeg?”
Haar pretogen lichtten even op.
“Ik bén een junk. Ik bén een hoer. So what? Ik ben tenminste íéts. En wat ben jij?”
Maar Carla is veel meer dan dat.
Intelligent. Creatief. Messcherp grappig. Ontwapenend.
En bovenal: een vechter.
Ze is inmiddels al jaren patiënt van mij. In het begin viel me iets op: ze had soms best mooie spullen. Een smartphone bijvoorbeeld - en die verdwenen niet.
“Hoe bewaar je die eigenlijk als je ’s nachts op straat slaapt?” vroeg ik haar eens naïef.
Ze lachte me uit.
“Je kent me nog niet zo goed, hè?” zei ze daarna, ineens serieus. “Mensen dúrven niet van me te stelen.”
Inmiddels weet ik dat ze gelijk heeft.
Carla moest ook wel leren vechten.
Ze groeide op in Tilburg, als het op één na jongste kind in een gezin met zestien kinderen. Over die jeugd spreekt ze dubbel: ze mist de warmte van zo’n groot gezin, de drukte, de gezelligheid.
Maar ze vertelt ook dat ze al jong werd misbruikt. “Geen enkele pil helpt tegen dat trauma, Michelle”
Vanaf haar vijfde wist ze dat ze haar jongere zusje moest beschermen. Ze sliep bij haar in bed, liet haar nooit alleen. En wanneer de man die hen misbruikte kwam, vocht ze - zodat hij zich aan haar zou vergrijpen, en niet aan haar zusje.
Ze hield haar zusje in de gaten. Verliet vroeg school. Bleef overeind.
Op haar zeventiende belandde ze in een relatie met een man die haar sloeg en controleerde. Hij verkruimelde heroïne in haar sigaretten. Zo raakte Carla verslaafd.
Ze vluchtte, jong. En werd dakloos.
Een huis zou ze daarna nooit meer hebben. Niet in de veertig jaar die volgden.
Na omzwervingen door heel Nederland werd ze verliefd op Rotterdam. Haar adressen waren Perron 0 en de Keileweg - plekken waar ze met een vreemd soort weemoed over kan praten.
“Toen was er nog samenhorigheid,” zegt ze over de jaren tachtig en negentig. “Maar door dat stomme internet is alle samenhorigheid weg”
Carla heeft een grondige hekel aan mensen die voortdurend op hun telefoon kijken.
De criminaliteit heeft ze afgezworen. Ze probeert haar geld eerlijk bij elkaar te krijgen. Voor Carla zou ik willen dat crack - net als heroïne op sommige plekken - op medische indicatie verstrekt kan worden. Ze zal niet stoppen met gebruiken; dat kan ze niet.
Maar het hosselen wordt steeds zwaarder.
Carla is ernstig ziek.
Afgelopen dinsdag lag ze weer in het ziekenhuis. Mijn dochter en ik gingen langs met een ballon en een knuffel.
“Mooie meid ben jij,” zei ze tegen haar, “Niet naast je schoenen gaan lopen, hoor.” Carla heeft een diepe afkeer van mensen die zich beter voordoen dan ze zijn.
Later zag ik de ballon terug.
Hij lag op een nachtkastje, tussen een schaaltje crack. Kwetsbaarheid en overlevingsdrang - aan hetzelfde dunne touwtje, dacht ik toen.
Carla schrijft gedichten. Rauwe, scherpe, prachtige gedichten: haar gedicht ‘Het Masker’ draag ze in dit filmpje voor jullie voor.
We willen ze graag in eigen beheer bundelen en uitgeven, zodat haar stem niet verloren gaat.
Wil je helpen? Doneer dan mee.
En ken je Carla?
Stuur me vooral ook je mooiste of grappigste anekdote over haar. Dat kan in een privébericht op mijn LinkedIn of via info@lekkergeven.nl.
Samen maken we er iets moois van.